Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een Hoog Persoonlijk Kilometerbudget (HPKB) die door verweerder is afgewezen. Tegen deze afwijzing is bezwaar gemaakt dat eveneens ongegrond werd verklaard, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Limburg.
De rechtbank toetst of eiseres voldoet aan de criteria uit het Indicatieprotocol HPKB, dat onder meer vereist dat aanvragers door medische beperkingen niet met de trein kunnen reizen, zelfs met begeleiding en rolstoel. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat eiseres, ondanks haar chronische medische beperkingen zoals diabetes, verstandelijke beperking, draaiduizeligheid en benauwdheid, medisch in staat wordt geacht om met begeleiding en een rolstoel met de trein te reizen.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat er sprake is van een bijzondere situatie die afwijking van het protocol rechtvaardigt. Hoewel de treinreis vermoeiend kan zijn, vormt dit op zichzelf geen grond voor toekenning van een HPKB. Ook omgevingsfactoren zoals bereikbaarheid van stations en sanitaire voorzieningen zijn geen reden voor afwijking. Verweerder heeft terecht rekening gehouden met de mogelijkheid van begeleiding via het Valys-systeem en het gebruik van leenrolstoelen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.