De stichting Zowonen verhuurde sinds maart 2016 een woning aan de huurder. In april 2020 werd in de woning 4,94 gram heroïne aangetroffen, wat leidde tot bestuursdwang en sluiting van de woning voor zes maanden. Zowonen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens ernstige tekortkoming door de aanwezigheid van drugs.
De huurder stelde niet op de hoogte te zijn van de drugs en wees naar zijn broertje als verantwoordelijke. Dit verweer werd niet onderbouwd met bewijs en faalde mede vanwege de wettelijke verantwoordelijkheid voor gedragingen van derden in de woning. Ook het verweer dat hij niet op de hoogte was van het zero-tolerance beleid en de brief van 27 mei 2020 werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging in het voordeel van de verhuurder uitvalt, mede gezien de maatschappelijke risico's van drugshandel. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming, betaling van de huur tot ontruiming en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.