In deze civiele procedure vordert VGZ Zorgverzekeraar betaling van een hoofdsom, rente en incassokosten van gedaagde partij. De dagvaarding voldoet aan de wettelijke vereisten en gedaagde betwist de vordering onvoldoende. De kantonrechter past ambtshalve het Europees consumentenrecht toe en constateert dat geen beschermende bepalingen zijn geschonden.
De vordering wordt beperkt toegewezen tot €500 aan hoofdsom, met wettelijke rente vanaf 7 augustus 2020. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eisende partij, begroot op €301,09. De gevorderde nakosten worden toegewezen conform richtlijnen LOVCK&T, maar de btw over het salaris van de gemachtigde wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
Verder wijst de kantonrechter een betalingsregeling af en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.