Uitspraak
RECHTbANK Limburg
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
- privébankrekening met nummer [bankrekeningnummer 1] bij de [bank 1] op naam van [verdachte] ;
- [bedrijf 5] spaarrekening met nummer [bankrekeningnummer 2] bij de [bank 1] op naam van [verdachte] ;
- ondernemers startersrekening met nummer [bankrekeningnummer 3] bij de [bank 1] op naam van [verdachte] O.H.O. [bedrijf 2] ;
- ondernemersdeposito met nummer [bankrekeningnummer 4] bij de [bank 1] op naam van [verdachte] O.H.O. [bedrijf 2] ;
- rekening courant met nummer [bankrekeningnummer 5] bij de [bank 2] op naam van [bedrijf 3] ;
- ondernemersrekening Starters met nummer [bankrekeningnummer 6] bij de [bank 1] op naam van [bedrijf 6] .
- contante stortingen op zowel eigen als zakelijke rekeningen: € 166.289,00,
- contante gelden aangetroffen in woning: € 87.880,00,
- contante lening aan [naam 2] : € 10.000,00,
4.Het wettelijke voorschrift
5.De beslissing
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
- legt [verdachte] de verplichting op tot
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
365 dagen.