Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het procesverloop
- de vader, bijgestaan door mr. E. Meuwissen;
- een vertegenwoordigster van de raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg heeft op 10 februari 2021 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over een minderjarige. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de beëindiging van het gezag van de moeder omdat zij haar ouderlijke verantwoordelijkheid ernstig verzaakt en misbruik maakt van haar gezag, wat de emotionele veiligheid en ontwikkeling van het kind bedreigt.
De feiten tonen aan dat de moeder onbetrouwbaar en wisselvallig is in haar contact met het kind en instanties, waardoor noodzakelijke hulpverlening wordt vertraagd of gefrustreerd. Zij heeft onder meer niet meegewerkt aan het afronden van een hulpverleningstraject en weigert papieren te ondertekenen voor begeleide omgang. De moeder heeft sinds september 2019 geen omgang meer gehad met de minderjarige, wat hem teleurstelt en zijn ontwikkeling schaadt.
De rechtbank oordeelt dat het gezag van de moeder misbruikt wordt en dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:266 lid 1 sub a en Pro b BW is voldaan. De moeder heeft haar ouderlijke verantwoordelijkheid structureel en ernstig verzaakt. Daarom wordt het gezag van de moeder beëindigd en krijgt de vader het eenhoofdig gezag. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het centrale gezagsregister.
Uitkomst: Het gezag van de moeder wordt beëindigd wegens misbruik en ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, waardoor de vader het eenhoofdig gezag krijgt.