Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van onbetaalde premiegelden en declaraties van de gedaagde. De oorspronkelijke hoofdsom bedroeg €4.246,20, waarvan een deel reeds was betaald en een deel verjaard werd erkend. De gedaagde voerde verjaring en betwisting van fysiotherapiebehandelingen aan, alsmede betalingsonmacht.
VGZ erkende de verjaring van een deel van de vordering en leverde specificaties ter onderbouwing van de niet-erkende fysiotherapiekosten. Het verweer van betalingsonmacht werd verworpen omdat de gedaagde verwezen werd naar een incassobureau voor betalingsregeling. De rechtbank stelde vast dat de resterende vordering niet meer werd betwist.
De kantonrechter veroordeelde de gedaagde tot betaling van €1.416,50 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding, en €257,09 aan buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.416,50 met rente en incassokosten.