ECLI:NL:RBLIM:2021:1527
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na beëindiging procedure huurovereenkomst
Op 15 januari 2021 hebben partijen in een mondelinge behandeling een regeling getroffen die leidde tot de beëindiging van de procedure betreffende een huurovereenkomst. Deze regeling werd vastgelegd in een proces-verbaal en door partijen ondertekend, waarbij tevens afstand werd gedaan van het recht om de overeenkomst te ontbinden.
Verzoeker diende op 19 januari 2021 een verzoek tot wraking in tegen de kantonrechter die de zaak behandelde. Dit verzoek was niet ondertekend door zijn beschermingsbewindvoerder en bevatte onvolledige gegevens, maar de griffier kon de identiteit van verzoeker achterhalen aan de hand van zijn burgerservicenummer.
De wrakingskamer overwoog dat het doel van wraking is het voorkomen van vooringenomenheid van een rechter die nog betrokken is bij de zaak. Aangezien de procedure echter reeds was beëindigd door de overeenkomst, kon het wrakingsverzoek geen effect meer sorteren.
Daarom werd het verzoek tot wraking ingediend na het einde van de procedure en is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat dit na beëindiging van de procedure is ingediend.