ECLI:NL:RBLIM:2021:1928
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing van vereffening nalatenschap wegens onvoldoende activa
De zaak betreft een verzoek ex artikel 4:209 lid 1 en Pro 2 BW tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap van een overledene. De erflater is overleden op een datum in het verleden, waarna drie erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard. Uit de boedelbeschrijving blijkt dat de activa van de nalatenschap €9.901,16 bedragen, terwijl de passiva €82.833,00 bedragen, exclusief openstaande kosten aan de Belastingdienst.
De kantonrechter overweegt dat opheffing van de vereffening alleen kan plaatsvinden indien de vereffeningskosten nagenoeg gelijk zijn aan of hoger zijn dan de activa van de nalatenschap. Dit is niet het geval in deze zaak, waardoor het verzoek wordt afgewezen. Tevens krijgt de verzoekster de opdracht om uiterlijk op 1 maart 2021 te rapporteren over de status van een vordering van de erflater op CZ van €99,54 en de inspanningen om deze vordering te gelde te maken.
Vanwege de voorshands verwachte geringe toename van de vereffeningskosten en het geringe aantal schuldeisers is geen mondelinge behandeling gehouden. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter R.P.J. Quaedackers.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap wordt afgewezen.