Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[erflater],
1.de naamloze vennootschap AEGON BANK N.V., voorheen SPAARBELEG,
2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FINALIM B.V.,
1.De procedure
- de akte van Aegon
- de akte van Finalim
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure heeft de kantonrechter zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vorderingen van eiseres in conventie, omdat de vordering hoger is dan het kantonrechterlijke maximum van € 25.000, terwijl eiseres geen afstand heeft gedaan van het meerdere.
De zaak jegens Aegon Bank N.V. wordt verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Amsterdam, terwijl de zaak jegens Finalim B.V. wordt verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht.
Partijen worden erop gewezen dat zij zich na verwijzing door een advocaat moeten laten vertegenwoordigen en dat zij verhoogde griffierechten verschuldigd zijn. De kantonrechter houdt verdere beslissingen in de hoofdzaak aan en wijst erop dat de kamer zal beslissen over de proceskosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. R.H.J. Otto.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken.