Uitspraak
RECHTBANK limburg
[Naam 1], te [woonplaats], verzoekster
de burgemeester van de gemeente Eijsden-Margraten, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2021.
Rechtbank Limburg
Verzoekster, huurder van een woning, maakte bezwaar tegen een last onder bestuursdwang die de burgemeester had opgelegd op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Deze last betrof de sluiting van de woning voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van voorwerpen die vermoedelijk bestemd zijn voor strafbare voorbereidingshandelingen met drugs.
De politie trof onder meer een kluis aan met wit poeder, een weegschaal met cocaïneresidu, gripzakjes en snowseals. Verzoekster stelde dat deze voorwerpen voor haar sieradenwebwinkel waren en dat het witte poeder decoratie was. De voorzieningenrechter achtte dit niet aannemelijk, mede vanwege het feit dat de sleutel van de kluis niet in haar bezit was en haar ex-vriend, bekend als drugsdealer, betrokken was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet en dat het beleid van de burgemeester niet onredelijk was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de sluiting onevenredig maakten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M.E. Derks op 8 maart 2021 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.