ECLI:NL:RBLIM:2021:2056
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in eerdere strafzaak
Op 2 februari 2021 diende de verdachte een verzoek tot wraking in tegen de politierechter die eerder een strafzaak tegen hem had behandeld. Verzoeker stelde dat de rechter in die eerdere zaak een vals spel had gespeeld en een vals vonnis had opgemaakt, wat aanleiding gaf tot twijfel over diens onpartijdigheid.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van het vereiste dat er feiten of omstandigheden moeten zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. Het subjectieve standpunt van verzoeker is daarbij niet doorslaggevend.
Uit de aangevoerde gronden bleek geen enkele aanwijzing van partijdigheid of vooringenomenheid. Ook het feit dat dezelfde rechter betrokken was bij een eerdere veroordeling van verzoeker vormt op zichzelf geen grond voor wraking.
Daarom werd het verzoek tot wraking wegens kennelijke ongegrondheid afgewezen. Een mondelinge behandeling van het verzoek werd niet noodzakelijk geacht.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.