Op 24 mei 2020 heeft de verdachte haar zeven maanden oude baby met een mes in de borst en buik gestoken, wat de rechtbank kwalificeerde als poging tot doodslag. De verdachte verkeerde ten tijde van het delict in een kortdurende psychose en was verminderd toerekeningsvatbaar. Daarnaast werd vastgesteld dat zij op 13 april 2019 had gereden onder invloed van alcohol en met een ongeldig verklaard rijbewijs.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verbalisanten, medische rapportages over het letsel van het kind, een NFI-rapport en de bekennende verklaring van de verdachte. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was voor opzet tot doodslag, maar dit werd verworpen. De rechtbank achtte de poging doodslag wettig en overtuigend bewezen.
De psycholoog en psychiater concludeerden dat de verdachte een kortdurende psychotische stoornis had tijdens het delict, wat leidde tot verminderd toerekeningsvatbaarheid. Gezien het hoge recidiverisico en de taalbarrière die ambulante behandeling bemoeilijkt, legde de rechtbank naast een gevangenisstraf van 12 maanden ook tbs met verpleging van overheidswege op.
Ten aanzien van de verkeersovertredingen werd de verdachte eveneens veroordeeld, waarbij rekening werd gehouden met eerdere veroordelingen. De rechtbank wees een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere ontzegging van rijbevoegdheid af vanwege het ontbreken van een geldig rijbewijs en de opgelegde straf en maatregel.
De uitspraak werd uitgesproken op 12 maart 2021 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Limburg te Roermond.