Partijen sloten op 7 februari 2019 een overeenkomst waarbij Budgetbeheer de inkomsten en uitgaven van gedaagde beheerde tegen een vergoeding. Gedaagde liet facturen ter waarde van €1.059,60 onbetaald, waarvan €50,- werd voldaan, waardoor een hoofdsom van €1.009,60 resteerde.
Budgetbeheer beëindigde de overeenkomst vanwege het opnemen van het volledige salaris door gedaagde, ondanks het ontvangen leefgeld. Budgetbeheer sommeerde gedaagde tot betaling van de openstaande bedragen, vermeerderd met incassokosten, maar gedaagde bleef in gebreke.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde niet betwistte de hoofdsom verschuldigd te zijn en in verzuim was geraakt door het uitblijven van betaling ondanks meerdere aanmaningen. De vordering tot betaling van de hoofdsom, incassokosten en wettelijke rente werd toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.