ECLI:NL:RBLIM:2021:2485
Rechtbank Limburg
- Wraking
- R.H.J. Otto
- W.E. Elzinga
- C.A.G. Wouters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Limburg wegens vermeende partijdigheid
Op 23 februari 2021 diende een gedetineerde een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Limburg, stellende dat deze rechters bevooroordeeld zouden zijn vanwege een vermeende voorafgaande afspraak met de officier van justitie over een dubbelrapportage.
De rechters ontkenden deze beschuldiging en gaven aan dat de beslissing tot het opmaken van een pro justitia-rapportage een procesbeslissing was ingegeven door de noodzaak meer inzicht te krijgen in de persoonlijkheid van de verdachte, gezien de ernst van de beschuldigingen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium voor rechterlijke onpartijdigheid. Er werden geen feiten of omstandigheden gesteld die wijzen op subjectieve partijdigheid. Ook was er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, mede omdat een procesbeslissing in beginsel geen grond voor wraking vormt.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond was en wees het af. De beschikking werd op 9 maart 2021 in het openbaar uitgesproken door mr. R.H.J. Otto, mr. W.E. Elzinga en mr. C.A.G. Wouters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard en afgewezen.