ECLI:NL:RBLIM:2021:2495

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 maart 2021
Publicatiedatum
22 maart 2021
Zaaknummer
C/03/284868 / HA ZA 20-567
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van vordering tot vrijwaring in financieringsvoorbehoud bij koop onroerende zaak

In deze civiele procedure vordert SLF Group Holding B.V. betaling van een contractuele boete wegens het niet tijdig inroepen van het financieringsvoorbehoud bij de koop van een onroerende zaak te [plaats]. Mauran Trading B.V., als gedaagde in de hoofdzaak, vordert in een incident dat Tax6 LLP, een Limited Liability Partnership gevestigd te Maastricht, in vrijwaring wordt opgeroepen. Mauran stelt dat Tax6 als financieel adviseur verantwoordelijk was voor de termijnbewaking en het eventueel inroepen van het financieringsvoorbehoud.

De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vrijwaring van Mauran toewijsbaar is, omdat de aangevoerde gronden niet zijn weersproken en voldoende steun vinden in de processtukken. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot de hoofdzaak is afgerond. De zaak wordt op 28 april 2021 opnieuw op de rol gezet voor conclusie van antwoord.

Het vonnis is gewezen door rechter J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2021.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vrijwaring toe en staat toe dat Tax6 LLP wordt gedagvaard.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/284868 / HA ZA 20-567
Vonnis in incident bij vervroeging van 17 maart 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SLF GROUP HOLDING B.V.,
gevestigd en kantoorhoudend te Hoensbroek, gemeente Heerlen,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. F.H.C. Aarts,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MAURAN TRADING B.V.,
gevestigd en kantoorhoudend te Brunssum,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. J.S. de Gram.
Partijen zullen hierna SLF en Mauran genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 t/m 10,
  • het B2-formulier waarbij Mauran het verstek heeft gezuiverd en mr. De Gram zich op de rol van 6 januari 2021 voor Mauran als advocaat heeft gesteld,
  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 3,
  • de rolinstructie inhoudende dat het recht van SLF om te concluderen voor antwoord in het incident is vervallen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
In het exploot van dagvaarding vordert SLF om Mauran onder meer te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 59.744,16, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het intreden van het verzuim. SLF stelt dat Mauran de contractuele boete is verschuldigd, nu zij het financieringsbehoud bij de koop van een onroerende zaak te [plaats] aan de [adres] niet tijdig heeft ingeroepen.
2.2.
Mauran vordert dat haar wordt toegestaan Limited Liability Partnership (LLP) (Verenigd Koninkrijk) Tax6 LLP (hierna: Tax6) kantoorhoudend te Maastricht in vrijwaring op te roepen. Mauran stelt dat Tax6, als financieel adviseur, verantwoordelijk was voor de termijnbewaking en het eventueel inroepen van het financieringsvoorbehoud.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
2.4.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
staat toe dat Limited Liability Partnership (LLP) (Verenigd Koninkrijk) Tax6 LLP door Mauran wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 28 april 2021,
3.2.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
28 april 2021voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: AH