Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam] , verzoeker
de gemeente Eijsden-Margraten(hierna: vergunninghoudster).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2021.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten aan vergunninghoudster heeft verleend voor het aanleggen van een openbare parkeerplaats op een perceel met woonbestemming. Verzoeker, wonende naast het perceel, maakte bezwaar tegen het besluit en vorderde schorsing van de vergunning.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening waren vervuld en dat het spoedeisend belang voldoende was aangetoond omdat vergunninghoudster al was gestart met de aanleg. De vergunning is verleend op grond van artikel 2.12 Wabo, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Verzoeker voerde onder meer aan dat het besluit geen goede ruimtelijke onderbouwing bevatte en dat geen verklaring van geen bedenkingen was gevraagd, maar deze bezwaren werden verworpen omdat de vergunning op basis van een andere grondslag was verleend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het nut en de noodzaak van de tijdelijke parkeerplaats voldoende waren onderbouwd en dat de motiveringsgebreken in het besluit kunnen worden hersteld in de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter achtte het verlenen van de vergunning niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening, mede omdat geluidwerende maatregelen worden voorgeschreven en luchtkwaliteitsnormen niet worden overschreden. De overige door verzoeker gestelde negatieve gevolgen waren onvoldoende onderbouwd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke omgevingsvergunning voor de aanleg van een parkeerplaats wordt afgewezen.