Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding: € 105,09
- griffierecht: € 124,00
- salaris gemachtigde:
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert VGZ Zorgverzekeraar N.V. betaling van een openstaand bedrag van €500 wegens wanbetaling van een zorgverzekeringsovereenkomst. Gedaagde betwist de vordering niet inhoudelijk, maar geeft aan betalingsonmacht te hebben en wil een betalingsregeling treffen.
De kantonrechter stelt vast dat de dagvaarding voldoet aan de wettelijke eisen en dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht niet zijn geschonden. De vordering wordt beperkt tot €500 onder voorbehoud van het meerdere.
De kantonrechter wijst de vordering toe, inclusief wettelijke rente vanaf 16 september 2020, en veroordeelt gedaagde in de proceskosten van €304,09. De gevorderde nakosten worden deels toegewezen conform richtlijnen, maar de btw over het salaris van de gemachtigde wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
Een betalingsregeling kan niet via deze procedure worden getroffen; gedaagde dient dit rechtstreeks met eisende partij te regelen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 plus wettelijke rente en proceskosten van €304,09.