ECLI:NL:RBLIM:2021:2676
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Gemeente voor kosten opruimen afvalstoffenverordening
De Gemeente Maastricht vordert betaling van €158,50 van [gedaagde] wegens kosten voor het opruimen van afval dat volgens de Gemeente in strijd met de afvalstoffenverordening is aangeboden. De Gemeente baseert haar vordering op het feit dat een ambtenaar afval met gegevens van [gedaagde] heeft aangetroffen en dat de kosten van verwijdering op hem verhaald worden.
[gedaagde] betwist de vordering en stelt dat hij zijn afval correct scheidt en dat zijn ex-partner het afval met medicijnen bij het milieuperron heeft gedeponeerd. De Gemeente wijst op tegenstrijdige verklaringen van [gedaagde], onder meer een eerdere verklaring aan een verbalisant waarin hij aangaf niet te weten hoe het afval op het milieuperron terechtkwam.
De rechtbank oordeelt dat de Gemeente onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming of onrechtmatig handelen van [gedaagde]. Er is geen concrete verwijzing naar een overtreden artikel van de afvalstoffenverordening en geen overeenkomst tussen partijen die nakoming vereist. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van €30 ten gunste van [gedaagde].
Uitkomst: De vordering van de Gemeente tot betaling van kosten voor het opruimen van afval wordt afgewezen.