Een advocate stapte over van het ene advocatenkantoor naar het andere en 61 cliënten wilden door haar verder worden bijgestaan. Het nieuwe kantoor vorderde de overdracht van de digitale dossiers van deze cliënten, maar het oude kantoor weigerde deze over te dragen. De eisers stelden dat de cliënten toestemming hadden gegeven en dat de AVG meewerking verplicht stelde.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van het nieuwe kantoor betrekking had op rechten van de cliënten en niet op eigen rechten van het kantoor, waardoor 60 van de 61 dossiers niet aan het kantoor toekwamen. Voor de 61e cliënt, die mede-eiser was, stond een andere juridische procedure open omdat hij niet had voldaan aan de vereiste stappen onder de AVG.
De rechtbank wees de vordering af en verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van de mede-eiser. Tevens werden de eisers veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van correcte rechtsgang bij gegevensoverdracht en de bescherming van cliëntrechten onder de AVG.