Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzetschrift van Cobis, gedateerd 28 september 2020 en ontvangen op 29 september 2020 (hierna: “het verzetschrift”),
- de brief van Cobis, gedateerd 15 oktober 2020 en ontvangen op 16 oktober 2020.
Rechtbank Limburg
De besloten vennootschap Cobis Groep B.V. kwam in verzet tegen een dwangbevel voor het griffierecht dat was opgelegd in verband met haar verzoek tot opheffing van een meerderjarigenbewind. Het griffierecht was niet betaald omdat Cobis van mening was geen schuldenaar te zijn. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot opheffing van het bewind griffierecht verschuldigd maakt, tenzij een uitzondering van toepassing is.
In dit geval was sprake van bijzondere omstandigheden: de onderbewindgestelde was met de noorderzon vertrokken, er was sprake van een negatief vermogen en geen inkomsten. De rechtbank overwoog dat het niet redelijk is dat de bewindvoerder het griffierecht uit eigen zak betaalt in dergelijke situaties. Tevens had de griffier de bewindvoerder moeten wijzen op de mogelijkheid om het openbaar ministerie het verzoek te laten indienen.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond, stelde het griffierecht op nihil en bepaalde dat het reeds betaalde griffierecht moet worden teruggestort aan de bewindvoerder.
Uitkomst: Verzet tegen dwangbevel griffierecht wordt gegrond verklaard en het griffierecht wordt vastgesteld op nihil.