ECLI:NL:RBLIM:2021:3026
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken schijn van vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. T. Dohmen en vervolgens tegen de beoogd voorzitter van de wrakingskamer, mr. M.B.T.G. Steeghs, wegens vermeende vooringenomenheid en onrechtmatig handelen.
De wrakingskamer onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter rechtvaardigden. Verzoeker stelde dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de samenstelling van de wrakingskamer en dat er sprake was van ongerechtvaardigd oponthoud.
De wrakingskamer oordeelde dat het tijdsverloop te wijten was aan het afwachten van verzoekers antwoord over de wijze van behandeling en dat er geen aanwijzingen waren voor subjectieve of objectieve partijdigheid. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.