Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen 1 t/m 23;
- het verweerschrift met bijlagen 1 t/m 16;
- een brief aan de zijde van [verwerende partij] van 12 maart 2021 met bijlagen 17, 18 en 19;
- de mondelinge behandeling op 17 maart 2021 en de pleitnota’s van beide gemachtigden.
2.De feiten
3.Het geschil
- € 11.857,29 aan transitievergoeding;
- € 125.000,- aan billijke vergoeding;
- € 5.974,38 aan advocaatkosten;
- € 3.300,- aan winstdeling;
- € 1.233,46 ter verzilvering.
4.De beoordeling
Het verzoek van [verwerende partij] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671c lid 1 BW
- [verwerende partij] zou [verzoekende partij] niet hebben gekend in de kritiek op diens houding en gedrag. Uit de brief van [verzoekende partij] aan [naam sub 1] van 14 september 2020 blijkt dat [verzoekende partij] wel eerder op informele wijze op zijn tekortkomingen is gewezen. Een gesprek, wanneer er geen verbetering optreedt, is een logische volgende stap;
- [verwerende partij] wilde aanvankelijk geen mediaton, maar een gesprek, zo stelt [verzoekende partij] . Dat is juist (en was op dat moment ook begrijpelijk), maar op enig moment krijgt [verzoekende partij] wat hij al bij aanvang wenste: mediaton. En wat verwijt [verzoekende partij] [verwerende partij] vervolgens? Dat [verwerende partij] geen gesprek wil;
- [verzoekende partij] verwijt [verwerende partij] dat [naam leidinggevende] op 17 november 2020 in het mediatongesprek verschijnt. Vervolgens zendt [verwerende partij] op 7 december 2020 [naam sub 1] naar het gesprek met de mediator. Ook dat is weer niet goed volgens [verzoekende partij] .