ECLI:NL:RBLIM:2021:3114
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot afwikkeling huwelijkse voorwaarden wegens misleiding en onaanvaardbaarheid
De rechtbank Limburg behandelde een zaak waarin de man stelde dat de vrouw hem met valse beloften had bewogen tot het huwelijk, terwijl zij nooit de intentie had om haar beloftes na te komen. De vrouw had beloofd niet te zullen scheiden, bij de man te komen wonen en samen kinderen te krijgen. Uit getuigenverklaringen bleek dat de vrouw deze beloften deed, maar na het huwelijk geen samenwoning tot stand bracht, geen kinderen kreeg en onverwacht de echtscheiding initieerde.
De man voerde aan dat de vrouw alleen uit was op zijn vermogen en dat de huwelijkse voorwaarden, met een finaal verrekenbeding bij echtscheiding, door haar waren geïnitieerd en snel geregeld om haar rechten bij echtscheiding veilig te stellen. De rechtbank nam verklaringen van twee notarissen, de man en de vrouw in overweging en concludeerde dat de vrouw bewust onjuiste informatie gaf over het vermogen en de intenties.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw de man met valse voorwendselen tot het huwelijk had bewogen en dat toepassing van de huwelijkse voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vrouw had geen bijdrage geleverd aan het vermogen van de man, dat hij gedurende veertig jaar had opgebouwd. Het verzoek van de vrouw tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden werd afgewezen en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden wordt afgewezen wegens misleiding en onaanvaardbaarheid.