Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
the sole or decisive basis for the defendant’s conviction’vormen, maar slechts één van de bewijsmiddelen zijn, waarop de beslissing van de rechtbank berust.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
poging tot verkrachting
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De voorlopige hechtenis
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf van 276 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien om aan [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 6.000,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart [slachtoffer 1] ten aanzien van het meergevorderde bedrag ter vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;