Op 4 december 2019 stak verdachte zijn kamergenoot in een AZC meerdere malen met een mes, waaronder een steek in de hals die leidde tot de dood van het slachtoffer. Verdachte sloot de deur af waardoor hulpverlening werd belemmerd. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van voorbedachte rade, waardoor moord niet bewezen werd, maar wel opzet op doodslag.
De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat het slachtoffer het mes nog ingeklapt in zijn broekzak had en verdachte geen afweerverwondingen had. Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte, getuigen en forensisch onderzoek.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 10 jaar gevangenisstraf, passend bij de ernst van het feit en het ontbreken van eerdere veroordelingen. Een schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij werd afgewezen wegens gebrek aan rechtspersoonlijkheid.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg op 23 april 2021.