De man, werkzaam als technicus in de evenementenbranche, verzoekt de rechtbank om de onderhoudsbijdrage aan zijn jongmeerderjarige kind vanaf 1 mei 2020 op nihil te stellen vanwege een drastische inkomensdaling door de coronacrisis. Hij ontvangt sinds april 2020 inkomensondersteuning via de Tozo-regeling omdat zijn inkomsten onder het bijstandsniveau zijn gedaald.
De jongmeerderjarige verzet zich tegen het verzoek en stelt dat het inkomensverlies tijdelijk is en dat de man zijn verdiencapaciteit kan uitbreiden. De rechtbank oordeelt dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn inkomen door de Covid-19 maatregelen langdurig en ingrijpend is gedaald en dat hij geen draagkracht heeft om een bijdrage te betalen.
Gezien de bijzondere situatie, de leeftijd en beperkte scholing van de man, en het feit dat de onderhoudsplicht binnenkort eindigt wanneer de jongmeerderjarige 21 wordt, stelt de rechtbank de onderhoudsbijdrage met ingang van 1 mei 2020 op nihil. Proceskosten worden gecompenseerd.