ECLI:NL:RBLIM:2021:380
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak deelname aan criminele organisatie en medeplegen invoer en handel harddrugs
De rechtbank Limburg behandelde op 8 en 9 december 2020 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van invoer en handel in harddrugs. De officier van justitie baseerde zich op tapgesprekken, observaties en getuigenverklaringen, en stelde dat verdachte als koerier geld en drugs vervoerde tussen Nederland en België.
De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was voor de wetenschap of betrokkenheid van verdachte bij drugshandel. Er werden geen drugs aangetroffen in de auto of bij verdachte zelf, en de tapgesprekken toonden geen concrete aanwijzingen van wetenschap of medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om vast te stellen dat verdachte wist wat hij vervoerde of betrokken was bij de handel. Ook was er geen bewijs dat verdachte deel uitmaakte van een criminele organisatie met het oogmerk tot drugshandel. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Het vonnis werd uitgesproken op 18 januari 2021 door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.