Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
De onderlinge waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars Groep (CZ) vordert betaling van een openstaande factuur van € 2.133,36 van de gedaagde wegens niet-betaalde zorgverzekeringspremie, eigen risico en eigen bijdrage.
De gedaagde erkent de hoofdsom maar verzoekt om een betalingsregeling. CZ is bereid tot regeling maar wenst een vonnis ter zekerheid.
De kantonrechter oordeelt dat de hoofdsom van € 1.823,39 toewijsbaar is, evenals de wettelijke rente vanaf 16 juni 2020 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 273,51 conform het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het totale bedrag, vermeerderd met rente en kosten, en in de proceskosten aan de zijde van CZ. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.133,36 plus rente en incassokosten.