ECLI:NL:RBLIM:2021:3957

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 april 2021
Publicatiedatum
7 mei 2021
Zaaknummer
C/03/291172 / BZ RK 21/960
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • L. Bastiaans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging met toevoeging van insluiten ter voorkoming zelfbeschadiging

De rechtbank Limburg behandelde op 23 april 2021 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een zorgmachtiging ex artikel 8:12 Wvggz Pro voor betrokkene, die ernstig zelfbeschadigend gedrag vertoont. De wijziging betreft het toevoegen van de maatregel 'insluiten', waarbij betrokkene op haar eigen kamer wordt gehouden onder cameratoezicht, om het risico op lichamelijk letsel en suïcide te verminderen.

De rechtbank overwoog dat de bestaande vormen van verplichte zorg onvoldoende waren en dat de één-op-één-begeleiding, hoewel noodzakelijk, een forse inperking van autonomie en privacy betekende. Het insluiten wordt ingezet om de begeleiding af te bouwen en betrokkene meer zelfstandigheid te bieden. De psychiater en ouders steunden het verzoek, terwijl de advocaat pleitte voor duidelijkheid over de duur en tijdstippen van insluiting.

De rechtbank stelde vast dat insluiten als een positieve maatregel moet worden gezien die flexibiliteit vereist van de behandelaars. Er is vertrouwen in een zorgvuldige afweging en geen minder bezwarende alternatieven. De wijziging is evenredig en gericht op het bevorderen van de kwaliteit van leven. De zorgmachtiging wordt daarom gewijzigd met toevoeging van insluiten tot uiterlijk 15 februari 2022.

Uitkomst: De zorgmachtiging wordt gewijzigd door toevoeging van insluiten als verplichte zorgmaatregel tot uiterlijk 15 februari 2022.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Familie en jeugd
Zaaknummer: C/03/291172 / BZ RK 21/960
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 23 april 2021 van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),
ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonend te [woonplaats] ,
verblijvend in de Vincent van Gogh kliniek voor ggz te Venray,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.B.M. Kaaij.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 april 2021 heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 15 februari 2021 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de beschikking verlening zorgmachtiging d.d. 15 februari 2021;
  • de brief van de zorgverantwoordelijke aan de geneesheer-directeur over de beslissing tijdelijke verplichte zorg d.d. 19 april 2021;
  • de brief van de geneesheer-directeur gericht aan betrokkene d.d. 19 april 2021;
  • het (aangepast) zorgplan d.d. 19 april 2021;
  • het advies van de geneesheer-directeur d.d. 20 april 2021.
1.2.
Vanwege het Coronavirus (COVID-19) en de maatregelen zoals deze door de overheid worden geadviseerd, behandelt de rechtbank urgente zaken zoals deze zaak door middel van telehoren. Dat wil zeggen dat betrokkene, de advocaat en de andere procesdeelnemers via een video/telefoonverbinding worden gehoord, om besmettingsrisico tegen te gaan. Door of namens betrokkene is hiertegen geen bezwaar gemaakt.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 april 2021 door middel van telehoren.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
  • betrokkene;
  • de advocaat van betrokkene, mr. M.B.M. Kaaij;
  • de psychiater, [naam psychiater] ;
  • de verpleegkundig specialist in opleiding, [naam verpleegkundig specialist i.o.] ;
  • de ouders, tevens mentoren van betrokkene.
1.4.
De officier van justitie is niet gehoord.

2.Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van betrokkene is op 15 februari 2021 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet langer volstaan, waardoor er sprake is van een dreigende noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro. Betrokkene is vanwege haar psychische stoornis bekend met automutilatie en het inslikken van voorwerpen, waardoor er sprake is van risico’s op lichamelijk letsel en/of levensgevaar. Omdat betrokkene vanwege sterke dwanggedachten nauwelijks zelfcontrole kan uitoefenen over de zelfbeschadigende handelingen, is één-op-één-begeleiding ingezet. De behandelaars streven naar een vermindering van de één-op-één-begeleiding gezien de forse inperking die het heeft op de autonomie van betrokkene en haar privacy. Bovendien bestaat de verwachting dat de één-op-één-begeleiding niet bijdraagt aan het herstel van betrokkene op de lange termijn. De één-op-één-begeleiding is om die reden beperkt tot 22:00 uur in de avond. Betrokkene gaat echter juist gedurende de avond/nacht op zoek naar voorwerpen om zichzelf mee te beschadigen. De behandelaars achten het noodzakelijk om betrokkene in te sluiten (op haar eigen kamer) ter voorkoming van zelfbeschadigend gedrag zodat het risico op suïcide en letsel wordt afgewend.
2.2.
Teneinde de noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast, te weten ‘insluiten’, waarbij betrokkene op haar eigen kamer verblijft en middels cameratoezicht geobserveerd wordt. Gebleken is dat deze vorm van zorg, die niet is opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moet worden voortgezet.
2.3.
Ter zitting heeft de psychiater verklaard dat in het kader van het bieden van perspectief en een betere kwaliteit van leven, het in het belang van betrokkene is om haar intensieve begeleiding geleidelijk af te schalen en haar meer zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid te geven. De psychiater licht toe dat ernaar gestreefd wordt om betrokkene niet alleen ’s nachts maar ook op verschillende momenten verspreid over de dag alleen op haar kamer te laten onder cameratoezicht. De behandelaars zijn nog in overleg hoe de behandeling het beste kan worden vormgegeven. Het is daarom handiger om géén tijdstippen te verbinden aan het insluiten. Steeds zal oog zijn voor de kwaliteit van leven en het insluiten zal enkel worden gebruikt om juist meer kwaliteit van leven te bieden en niet om betrokkene af te zonderen vanwege bijvoorbeeld personeelsgebrek.
2.4.
De ouders, tevens mentoren van betrokkene, hebben ter zitting aangegeven in te stemmen met het verzoek. Zij vinden het van belang dat hun dochter met deze behandelmethode stapsgewijs meer verantwoordelijkheid krijgt. Zij kunnen zich vinden in het plan zoals de psychiater heeft aangegeven en spreken hun vertrouwen uit over het vrijhedenbeleid in de huidige instelling.
2.5.
De advocaat heeft verklaard dat ze betrokkene voorafgaand aan de behandeling niet heeft kunnen spreken omdat ze pas daags voor de zitting had kennisgenomen van dit verzoek. De advocaat mist in het verzoek een tijdstip waarop het ‘insluiten’ eindigt en voert aan dat het wél gaat om een vorm van vrijheidsbeperking en het duidelijk moet zijn voor betrokkene op welke uren zij op haar kamer onder cameratoezicht verblijft. Het mag niet zo zijn dat onheus gebruik gemaakt kan worden van de vrijheidsbeperking, bijvoorbeeld vanwege personeelsgebrek. Nu de aanpak van de behandeling nog niet geheel duidelijk is en ook niet met eindtijdstippen is vastgelegd, pleit de advocaat voor een afwijzing van het verzoek, dan wel beperking daarvan door het vermelden van tijdstippen en/of de duur van het insluiten.
2.6.
De rechtbank stelt vast dat het ‘insluiten’ in casu als iets positiefs voor betrokkene moet worden gezien en het de bedoeling is meer autonomie en privacy te bieden, maar tegelijk de veiligheid zo min mogelijk in het gedrang te brengen. De huidige situatie van betrokkene vraagt flexibiliteit van de behandelaars en het is dan ook de vraag of een definitieve uitvoering van de behandeling concreet kan/ moet worden gemaakt in deze beschikking. De behandelaars moeten kunnen inspelen op de mogelijkheden om betrokkene te laten oefenen met vrijheden. Er bestaat voldoende vertrouwen dat in de instelling zorgvuldig wordt omgegaan met de beperking van de bewegingsvrijheid en het insluiten van betrokkene en dat hierin een goede balans wordt gevonden.
De rechtbank is daarom van oordeel dat géén tijdstippen of duur ten aanzien van het insluiten moeten worden vastgelegd en dat de behandelaars flexibel en naar bevinding moeten kunnen handelen.
2.7.
Gebleken is dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de vormen van verplichte zorg wordt uitgebreid met de vorm van verplichte zorg ‘insluiten’, voor de duur van de huidige machtiging, dat wil zeggen tot en met uiterlijk 15 februari 2022.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijzigt de zorgmachtiging d.d. 15 februari 2021 verleend ten aanzien van
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kan worden getroffen:
- insluiten;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 15 februari 2022;
3.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 23 april 2021 mondeling gegeven door mr. L. Bastiaans, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door S.F.C. Egbers-Hoebe als griffier, en op 29 april 2021 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.