Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [vader] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 31.339,70, bestaande uit € 1.339,70 materiële schade en € 30.000,- immateriële schade. Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 40,94, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [vader] , van een bedrag van € 31.339,70, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 187 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.339,70 materiële schade en € 30.000,- immateriële schade. Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [moeder] toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 30.534,60, bestaande uit € 534,60 materiële schade en € 30.000 immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [moeder] , van een bedrag van € 30.534,60 bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 185 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit uit € 534,60 materiële schade en € 30.000 immateriële schade. Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [broer] toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 17.500,-, bestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [broer] , van een bedrag van € 17.500,- bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 122 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.