Uitspraak
Rechtbank Limburg
1.Het verloop van de procedure
7 april 2021;
Rechtbank Limburg
De ouders hebben verzocht om gezamenlijk te worden belast met het gezag over hun minderjarige kind, aangezien de moeder ten tijde van de geboorte minderjarig was en daarom niet bevoegd was het gezag uit te oefenen. De rechtbank had destijds de grootmoeder moederszijde benoemd tot voogd. Sinds de geboorte woont het kind echter bij de ouders en dragen zij zelfstandig de zorg en opvoeding.
De rechtbank overweegt dat de moeder inmiddels meerderjarig is en op grond van artikel 1:253b lid 3 BW het gezag kan verkrijgen, mits er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd. Uit de stukken en de zitting blijkt dat de ouders adequaat voor het kind zorgen en dat er geen risico is voor verwaarlozing van belangen.
Daarnaast kan de vader op grond van artikel 1:253c lid 1 BW verzoeken om gezamenlijk gezag. De rechtbank constateert dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt tussen de ouders. Daarom wordt het verzoek van de ouders toegewezen en worden zij gezamenlijk belast met het gezag over het kind.
De griffier wordt opgedragen de gewijzigde gezagssituatie aan te tekenen in het centrale gezagsregister. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden met tussenkomst van een advocaat worden bestreden bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank belast de ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarige.