Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaken tussen
het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op een groot deel van het traject is aan de zuidoever een plasdraszone van gemiddeld 2 m breed voorzien waarop oevervegetatie zich kan vestigen. De hoogte van deze plasdraszone ligt rond het waterpeil, waarbij deze enkele centimeters boven en onder het waterpeil fluctueert. Hierdoor wordt ontwikkeling van een gevarieerde vegetatie gestimuleerd. In de plasdraszone wordt lokaal houtige begroeiing toegestaan ten behoeve van de schaduwwerking op de beek.” (p. 25).
Op basis van dit projectplan Waterwet en het ontwerp kan het project verder uitgewerkt worden tot een Uitvoeringsontwerp met bijbehorend contract. Via het contract is de aannemer verantwoordelijk om een werkwijze en planning te maken. Daarnaast dient de aannemer voorzieningen te treffen om schade aan de omgeving te voorkomen.” (p. 66).
Het beheer en onderhoud wordt nader geconcretiseerd nadat het project gerealiseerd is (op basis van de revisietekeningen). In dit projectplan is een richtinggevende eerste aanzet voor het beheer en onderhoud opgenomen op basis van de streefbeelden. De definitieve afspraken worden, in samenspraak met de gemeente, nader uitgewerkt tot een beheer en onderhoudsplan. Hierin worden de eindbeelden van de verschillende trajecten verder uitgewerkt naar praktische afspraken van het onderhoud tussen de verschillende partijen vastgelegd. Het beheer is gericht op het behouden van juiste waterpeilen en natuurontwikkeling, waarbij het voorkomen van wateroverlast en goede hydrologische condities prioriteit heeft.
De beek wordt vanuit het aan de noordzijde gelegen onderhoudspad onderhouden. Aanvullend zal de vrije ruimte tussen de plasdraszone en de perceelsgrens onderhouden worden via de zuidzijde. De meeste plantensoorten die zich (in de plas-dras-zone) lang de beek zullen ontwikkelen zijn soorten van natte en vochtige milieu’s. Deze soorten voelen zich niet thuis in droge beekbegeleidende landbouwgebieden en zullen zich hier dus niet of nauwelijks vestigen. Mochten en toch haarden (bijv. grote populaties akkerdistel) ontstaan van soorten die een bedreiging vormen voor aangrenzende landbouwgebieden dan zullen deze op verzoek bestreden. Belanghebbende kan hiervoor direct contact opnemen met de gebiedsbeheerder van het waterschap.”