Eiseres, Oogvereniging Nederland, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade om een voetgangersoversteekplaats (vop) aan te leggen bij het station van Kerkrade om de oversteek naar de bushalte veiliger te maken voor blinden en slechtzienden. Verweerder wees dit verzoek af vanwege verkeersveiligheidsrisico's en de hoge kosten die gemoeid zijn met het verplaatsen van de bushalte.
De rechtbank overwoog dat er weliswaar een veilige oversteekplaats is voor ziende voetgangers, maar dat deze situatie niet ideaal is voor mensen met een visuele beperking. Verweerder kon echter geen geschikte locatie vinden voor een vop zonder onveilige situaties te creëren, zoals een vop midden op een bushalte of nabij een bocht en helling. Daarnaast zijn de kosten voor het verplaatsen van de bushalte aanzienlijk, waardoor dit geen haalbare optie is.
Eiseres stelde dat het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap een verplichting tot veilige toegankelijkheid inhoudt, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen onbegrensde verplichting inhoudt en dat verweerder een ruime beoordelingsmarge heeft bij het afwegen van belangen. De belangenafweging van verweerder, waarbij verkeersveiligheid en kosten zwaarder wogen dan de belangen van de visueel beperkten, werd niet onredelijk of onevenwichtig bevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.