Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord met 4 producties
- productie 1 van [eisende partij]
- een nadere productie van [eisende partij]
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 21 januari 2021.
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert eiser terugbetaling van een lening van €5.848,95 en teruggave van een televisie die hij aan gedaagde zou hebben uitgeleend. Eiser stelt dat hij geld heeft geleend aan gedaagde en haar zoon en dat er een terugbetalingsregeling van €250 per maand is overeengekomen, welke niet is nagekomen.
Gedaagde betwist het lenen van geld en stelt dat zij niet betrokken was bij de leningen aan haar zoon. De kantonrechter constateert dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd wanneer, aan wie en op welke wijze de leningen zijn verstrekt. Ook is onduidelijk of de betalingsregeling betrekking heeft op de bedragen aan gedaagde of haar zoon.
Daarnaast is onvoldoende gesteld waarom gedaagde aansprakelijk zou zijn voor de leningen aan haar zoon. De vordering tot teruggave van de televisie wordt afgewezen omdat eiser erkent deze aan de zoon te hebben gegeven. De kantonrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot terugbetaling lening en teruggave televisie afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.