De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die momenteel verblijft in een groep van Xonar in Heerlen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige ondanks positieve ontwikkelingen nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, mede door een belast verleden met wisselende verblijfplaatsen en opvoeders.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor dezelfde periode, met uitzondering van de laatste zes maanden die voorlopig worden aangehouden. De moeder stemde in met de verlenging van de ondertoezichtstelling maar verzocht om een kortere duur van de machtiging tot uithuisplaatsing, tot 1 augustus 2021, aansluitend bij het schooljaar en de opbouw van contact.
De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden vanwege de blijvende bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarige. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 1 augustus 2021, omdat het stappenplan van de moeder en Xonar een geleidelijke terugkeer naar huis mogelijk maakt zonder onnodige wisselingen die onrust veroorzaken. De rechter wijst het verzoek van de GI tot een langere verlenging van de machtiging af, mede omdat het gezag van de moeder inmiddels is hersteld en de thuissituatie met Belgische hulpverlening ondersteund kan worden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep staat open binnen drie maanden na dagtekening.