ECLI:NL:RBLIM:2021:499
Rechtbank Limburg
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gevangenhouding wegens termijnverzuim in uitleveringszaak
De opgeëiste persoon werd op 22 september 2020 aangehouden in het kader van een uitleveringsverzoek van Noord-Macedonië wegens diefstal met braak. Na een eerste gevangenhouding en een toelaatbaar verklaard uitleveringsverzoek, werd de vrijheidsbeneming op 13 januari 2021 beëindigd door het uitblijven van een tijdige verlenging.
De officier van justitie stelde de opgeëiste persoon op 15 januari 2021 onmiddellijk in vrijheid en vervolgde met een nieuwe aanhouding en vordering tot gevangenhouding. De rechtbank oordeelde dat de Uitleveringswet alleen herstel van termijnverzuim toestaat bij ernstige misdrijven met een straf van acht jaar of meer, wat hier niet het geval was.
De rechtbank concludeerde dat de tweede aanhouding en de vordering tot gevangenhouding niet toelaatbaar zijn, omdat de wet geen reparatiemogelijkheid biedt voor termijnverzuim bij minder ernstige feiten. Daarom werd de vordering afgewezen en werd onmiddellijke invrijheidstelling bevolen.
Uitkomst: De vordering tot gevangenhouding wordt afgewezen en onmiddellijke invrijheidstelling bevolen.