Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker(gemachtigde: mr. K.J.C. van Bekkum),
(gemachtigde: mr. A.J.M. Roestenberg).
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft in juli 2020 naar zijn huidige woning verhuisd en kort daarna een aanvraag ingediend voor woningaanpassingen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen heeft deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
Tijdens de zitting op 15 juni 2021 heeft de voorzieningenrechter overwogen dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend indien sprake is van een spoedeisend belang, waarbij onmiddellijke uitvoering van het besluit noodzakelijk is om onevenredig nadeel te voorkomen. Verzoeker stelt dat hij ernstige mobiliteitsbeperkingen ondervindt, met name bij het gebruik van de sanitaire voorzieningen.
De voorzieningenrechter constateert echter dat verzoeker ondanks de afwijzing gebruik kan maken van de douche en zich in en rond de woning kan verplaatsen, zij het met grote inspanning en met behulp van een zelf aangebrachte handgreep met zuignappen. Er is geen sprake van een situatie waarin het afwachten van de beslissing op bezwaar leidt tot onomkeerbaar of onevenredig nadeel voor zijn gezondheid.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 25 juni 2021 door voorzieningenrechter M.M.T. Coenegracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.