Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
feit 2 - 03/720250-16), omdat het dossier hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Het financieren van terrorisme (
feit 1 - 03/720250-16) kan volgens de officier van justitie wel wettig en overtuigend worden bewezen. Het dossier bevat voldoende bewijs dat de verdachte hulpgoederen selectief heeft uitgedeeld en dat er door verdachte geen hulpgoederen zijn uitgedeeld aan niet-IS’ers. Volgens de officier van justitie heeft de verdachte dan ook geen hulp verleend zonder aanziens des persoons. Daarnaast heeft [naam stichting 1] in twee jaar tijd in totaal meer dan € 100.000,00 overgemaakt aan [naam organisatie] voor de aanschaf van hulpgoederen. Volgens de officier van justitie is bekend dat [naam organisatie] de jihadstrijd ondersteunt en ligt het dan ook voor de hand dat hulpgoederen alleen terecht zijn gekomen bij mensen die IS steunen. Daarmee kan worden bewezen dat de verdachte samen met [naam stichting 1] terrorisme heeft gefinancierd.
feit 2 primair - 03/702510-20) kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen. Daartoe heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat er is geknoeid met handgeschreven donateurslijsten, te weten de zogenaamde meterlijst en giftenlijst van de Stichting. Deze lijsten zijn door de (voormalig) raadsman van de verdachte overgelegd tijdens de raadkamer gevangenhouding van 23 november 2017 en hadden tot doel het afleggen van financiële verantwoording. De tijdens de raadkamer gevangenhouding overgelegde lijsten zijn vergeleken met gelijknamige lijsten die zijn aangetroffen in de computer van de moskee. De bedragen op de overgelegde giftenlijst en meterlijst zijn een stuk hoger dan die op de giftenlijst en meterlijst in de computer van de moskee. Volgens de officier van justitie zijn de bedragen op de overgelegde lijsten kunstmatig verhoogd dan wel kunstmatig toegevoegd met als doel om te verdoezelen dat een deel van de gelden, waarmee de nieuwe moskee was gefinancierd, afkomstig was uit het Midden-Oosten. Het opmaken van een financiële administratie van de Stichting betreft de normale bedrijfsvoering ten bate van de Stichting en de Stichting kon via haar bestuurders invloed uitoefenen op deze gedragingen. De valsheid in geschrifte kan derhalve aan de Stichting worden toegerekend. De verdachte heeft aan die gedragingen feitelijk leiding gegeven, omdat hij als secretaris van de Stichting, in die hoedanigheid, verantwoordelijk was voor de financiële administratie. De verdachte speelde tevens een belangrijke rol bij de inzamelingen van gelden en staat meermalen op de giftenlijst vermeld als persoon die de gift heeft ontvangen.
feit 2 - 03/720250-16), heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte lid was van een terroristische organisatie. Alleen al om die reden zou de verdachte van dat feit moeten worden vrijgesproken. Ten aanzien van het tenlastegelegde financieren van terrorisme heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte met [naam stichting 1] , door het uitdelen van luiers, babymelk, medicijnen, water en dekens aan kinderen en gezinnen, humanitaire hulp bood. Daarmee valt [naam stichting 1] in de categorie onpartijdige humanitaire organisatie die door het internationaal humanitair recht is erkend. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat [naam stichting 1] inderdaad selecteerde, namelijk aan wie en waar er hulp werd geboden. [naam stichting 1] richtte zich op kinderen en gezinnen en bood hulp in Turkije en Syrië. Het onderscheid wie er wel of geen hulp kreeg werd echter gemaakt op basis van behoefte en niet op basis van religie en herkomst. Bovendien was het bieden van het soort hulp een methode om eventuele discussies over het bieden van hulp aan strijders in IS gebied te voorkomen, omdat zij immers niet direct zullen profiteren van babymelk en medicatie. De verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van het financieren van terrorisme.
Ten aanzien van het feitelijk leiding geven aan de valsheid in geschrifte (
feit 2 primair – 03/702510-20) heeft de raadsvrouw primair aangevoerd dat de handgeschreven lijsten niet kunnen worden beschouwd als onderdeel van de administratie. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het opstellen van die lijsten niet kan worden beschouwd als handeling van de rechtspersoon. De verdachte moet dan ook van dit feit worden vrijgesproken. Ten aanzien van het medeplegen van de valsheid in geschrifte (
feit 2 subsidiair – 03/702510-20) heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte betrokken is geweest bij het opstellen van de handgeschreven lijsten, laat staan dat dit voor de moskee zou zijn gebeurd. Ook van dit feit moet de verdachte worden vrijgesproken.
4.Het beslag
5.De beslissing
- spreektde verdachte
vrijvan de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten met parketnummer 03/720250-16; - spreektde verdachte
vrijvan het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde feit met parketnummer 03/702510-20;
teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de
verdachte:
- Zie lijst Ligom 2 EUR 16,22 (ibn 14-2-2017)
- Zie lijst Ligom 3 EUR 70,- (ibn 14-2-2017)
- Zie lijst Ligom 4 EUR 158,99 (ibn 14-2-2017)
- Zie lijst Ligom 6 EUR 20,75 (ibn 14-2-2017)
- Zie lijst Ligom 7 EUR 113,50 (ibn 14-2-2017)
- Zie lijst Ligom 8 EUR 20,23 (ibn 14-2-2017)
- Zie lijst Ligom 9 EUR 29,34 (ibn 14-2-2017)
teruggavevan het volgende in beslag genomen voorwerp aan
[naam broer](broer van de verdachte):
heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opin de zaak met parketnummer 03/720250-16.