Eiseres, chronisch ziek en gehandicapt, diende een aanvraag in voor een mantelzorgwaardering over 2019 en 2020. De aanvraag over 2019 werd door het college van burgemeester en wethouders van Roermond afgewezen wegens te late indiening, aangezien de aanvraag pas op 24 juni 2020 werd ontvangen, terwijl de termijn liep tot 1 april 2020.
Eiseres voerde aan dat de aanvraag feitelijk tijdig was ingevuld maar door omstandigheden rondom de coronapandemie en wisselingen in haar begeleiding te laat was ondertekend en ingediend. Zij stelde dat er sprake was van overmacht en bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraagtermijn van 1 april 2019 tot 1 april 2020 duidelijk is en dat eiseres voldoende tijd had om de aanvraag tijdig in te dienen. De omstandigheden rondom begeleiding en corona vormen geen geldige reden om van het beleid af te wijken. Ook is geen sprake van onevenredige benadeling van eiseres.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor het jaar 2019 blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.