ECLI:NL:RBLIM:2021:5578

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
13 juli 2021
Zaaknummer
03/702637-15 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak witwassen

De rechtbank Limburg behandelde op 9 juli 2021 de ontnemingsvordering tegen verdachte, die parallel liep met de strafzaak waarin verdachte werd verdacht van witwassen. Het Openbaar Ministerie vorderde een bedrag van €165.341,69 als wederrechtelijk verkregen voordeel.

Echter, op dezelfde dag wees de rechtbank vonnis in de strafzaak en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan een ontnemingsvordering alleen worden ingesteld tegen iemand die veroordeeld is wegens een strafbaar feit.

Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare zitting.

De zaak illustreert de onderlinge afhankelijkheid van strafrechtelijke veroordeling en de mogelijkheid tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Zonder veroordeling kan geen ontnemingsvordering worden toegewezen.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

RECHTbANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03/702637-15 (ontneming)
Tegenspraak
Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak tegen:
[verdachte 18] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
ingeschreven te [adresgegevens verdachte 18] ,
hierna te noemen: [verdachte 18] .
[verdachte 18] wordt bijgestaan door mr. G. Stevens-Waltmans, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van:
  • 29, 30 en 31 maart 2021,
  • 6, 7, 13, 14, 19, 21, 26 en 28 april 2021,
  • 3, 4, 25, 26, 27 en 28 mei 2021 en
  • op 9 juli 2021 is het onderzoek gesloten.
[verdachte 18] is op 27 en 28 mei 2021 verschenen en haar raadsvrouw is op meerdere dagen verschenen. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/702637-15. Op 9 juli 2021 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

2.De vordering van de officier van justitie

De vordering van het Openbaar Ministerie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte 18] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. Het Openbaar Ministerie heeft dit bedrag geschat op 165.341,69.

3.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het Openbaar Ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij voormeld vonnis van 9 juli 2021 is [verdachte 18] vrijgesproken van al hetgeen aan haar ten laste is gelegd, zodat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie
niet-ontvankelijkin de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Deze uitspraak is gegeven door mr. L.P. Bosma, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en
mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer en
mr. O.A.G. Corten, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2021.