De kinderrechter van Rechtbank Limburg heeft op 30 juni 2021 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de machtiging tot uithuisplaatsing in het netwerkpleeggezin van de pleegouders voor vijf maanden. De minderjarige verblijft sinds 2017 bij haar oom en tante, de pleegouders, en is onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreigingen in haar ontwikkeling en problematiek binnen het ouderlijk gezag.
De gecertificeerde instelling (GI) heeft onderzoek laten doen naar de kindeigen problematiek en behoeften, waaruit bleek dat de minderjarige een verstandelijke beperking heeft en kampt met emotionele en sociale problemen. De GI heeft echter onvoldoende inzicht gegeven in de pedagogische mogelijkheden van de ouders en hun vermogen om de zorg op zich te nemen, ondanks de opdracht van de kinderrechter om dit te onderzoeken.
De ouders voeren verweer tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, waarbij zij stellen dat zij wel degelijk in staat zijn tot verzorging en opvoeding, maar dat de GI dit onvoldoende heeft onderzocht. De pleegouders bevestigen dat de minderjarige het moeilijk heeft met de onduidelijkheid over haar toekomst en dat de relatie onder druk staat. De kinderrechter acht verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk vanwege de bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere termijn van vijf maanden, met de verwachting dat de GI concreet zal rapporteren over het perspectief bij de ouders.