Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
26 januari 2021
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- Ik schiet een heel magazijn leeg, ik heb er schijt aan dat er kinderen in huis zijn. Dit is geen bedreiging, ik doe dit echt.
- Ik ruim er gewoon eentje op.
- [slachtoffer 2] moet regelen dat [slachtoffer 3] met mij gaat bellen anders sta ik bij [slachtoffer 2] voor de deur en dan schiet ik het hele magazijn leeg.
- Als het zo doorgaat, dan ruim ik nog liever iemand op.
- Als ik jou ervoor krijg, ga jij er ook aan.
- Als ik jou tref bij [slachtoffer 2] in huis, maak ik ook jou kapot.
Via de site [naam site 3] werd zij door 30 verschillende mannen gebeld en kreeg zij van 47 mannen berichten, 2 sms-jes en 45 appjes. Van de site [naam site 2] werd zij door 41 mannen gebeld en kreeg zij van 65 mannen berichten. Aangeefster verstrekte de politie tevens screenshots van berichten die zij gekregen had en van advertenties. Op 30 september 2020 ontving zij nog altijd reacties op de advertenties. [19]
Ook bleek uit de opgevraagde historische gegevens dat er in totaal drie erotische advertenties waren geplaatst op speurders. nl, waarbij de foto's van [slachtoffer 3] en het telefoonnummer van aangeefster [slachtoffer 2] waren vermeld en die een vergelijkbare tekst bevatten. [20]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde gedurende
3 jaren:
- beveelt dat
- de toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de maatregel niet op;
- omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , beveelt de rechter, gelet op artikel 38v, vierde lid, Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregel
- wijst de vordering van
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van € 711,32, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 30 september 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van
- wijst de vordering ten aanzien van het meergevorderde af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van € 205,88,te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 5 april 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van
- verklaart de benadeelde partij ten aanzien van het meergevorderde niet ontvankelijk;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van € 219,16, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 5 april 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.