Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met de daarbij gevoegde producties 1 tot en met 4,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met de daarbij gevoegde producties 1 tot en met 8,
- de conclusie van antwoord in reconventie met de daarbij gevoegde producties 1 tot
- de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ten behoeve van de comparitie overgelegde producties 9 tot en met 16 (hierna: “de aanvullende producties”),
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 april 2021.
2.De feiten
Indien de overeenkomst eindigt door opzegging of het aangaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap zijn partijen verplicht er aan mee te werken:
dat ieder in het bezit gesteld wordt van zijn of haar privé-goederen;
dat aan iedere partij worden toebedeeld en geleverd de goederen die hij/zij heeft aangebracht.
Het overig gemeenschappelijk vermogen zal zo spoedig mogelijk door partijen bij helfte worden gedeeld.
Het in de leden 1 en 2 bepaalde lijdt uitzondering indien partijen met elkaar een huwelijk of een geregistreerd partnerschap aangaan in algehele gemeenschap van goederen.
Voor de bepaling van het zuiver saldo van het overig gemeenschappelijk vermogen, bedoeld in lid 2, zal per de dag van het eindigen van de overeenkomst een staat van baten en schulden worden opgesteld. Op deze staat worden de goederen opgenomen voor de waarde, daaraan toegekend door partijen in onderling overleg.
Indien door de ene partij een uitkering wegens overbedeling moet worden gedaan aan de andere partij, zal de schuldenaar de bevoegdheid hebben de uitkering te voldoen in vijf gelijke jaarlijkse termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt zes maanden na het eindigen van de overeenkomst.