Partijen zijn ex-partners die na hun echtscheiding in een woning verbleven die eigendom is van eiser. Eiser vorderde in kort geding dat gedaagde de woning binnen een week zou verlaten, met machtiging tot tenuitvoerlegging en uitschrijving uit de BRP. Gedaagde verzocht om verlenging van haar verblijf tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en ondersteuning van hun meerderjarige dochter.
De voorzieningenrechter oordeelde dat beide partijen voldoende spoedeisend belang hadden. De belangenafweging leidde tot een ontruimingstermijn per 1 september 2021, waarbij gedaagde haar hond mocht meenemen maar de katten niet. De machtiging tot tenuitvoerlegging met inzet van politie werd afgewezen omdat dit niet op wettelijke grondslag berust.
De vordering tot uitschrijving uit de BRP werd afgewezen wegens gebrek aan procesbelang. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak houdt rekening met de belangen van de kinderen en de gespannen situatie tussen partijen.