ECLI:NL:RBLIM:2021:6311
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Contactverbod opgelegd wegens herhaalde bedreigingen tussen broers
In deze kortgedingprocedure vordert de eisende partij, die enigerlei contact en benadering door zijn broer wil verbieden wegens herhaalde bedreigingen. De feiten tonen aan dat de broer meerdere malen telefonisch, via Whatsapp en sms bedreigingen heeft geuit, ook via de moeder van de eisende partij. Ondanks sommatie heeft de gedaagde de bedreigingen voortgezet.
De voorzieningenrechter stelt dat een contactverbod een zware inbreuk maakt op de vrijheid van communicatie en beweging en daarom alleen kan worden toegewezen bij hoge mate van aannemelijkheid van dreiging. De gedaagde erkent de bedreigingen en geeft onvoldoende blijk deze te staken, waardoor de rechter een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen aannemelijk acht.
Het gevorderde contactverbod wordt daarom toegewezen voor de duur van één jaar met een dwangsom bij overtreding. Het gevorderde straatverbod wordt echter afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de gedaagde zich daadwerkelijk in de buurt van de woning van de eisende partij heeft begeven of zal begeven. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Contactverbod van één jaar opgelegd wegens herhaalde bedreigingen, straatverbod afgewezen.