Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[verdachte] , hierna te noemen: verzoekster,
Standpunt officier van justitie
Standpunt verzoekster
Standpunt openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing:
€ 2.914,77(inclusief BTW);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Verzoekster, destijds minderjarig, werd in november 2017 aangehouden op verdenking van meineed en heeft twee nachten in voorlopige hechtenis doorgebracht. Na bijna vier jaar zonder duidelijke vervolgbeslissing vroeg zij om beëindiging van de strafzaak op grond van artikel 29f Sv. en een vergoeding voor geleden schade.
De officier van justitie verzette zich tegen het verzoek omdat de inhoudelijke behandeling van de zaak gepland stond bij het gerechtshof en er een strafzaak geregistreerd was voor verzoekster en anderen. De rechtbank oordeelde echter dat het belang van verzoekster bij duidelijkheid en beëindiging van de zaak zwaarder woog dan het vervolgingsbelang, mede vanwege niet nagekomen toezeggingen van het OM.
De rechtbank verklaarde de strafzaak geëindigd en kende een vergoeding toe van €210 voor immateriële schade wegens de impact van de voorlopige hechtenis op de toen 17-jarige verzoekster, €2.154,77 aan materiële kosten en €550 aan advocaatkosten. Hiermee werd een einde gemaakt aan de langdurige onzekerheid rondom de strafzaak.
Uitkomst: De strafzaak tegen verzoekster wordt beëindigd en zij ontvangt een schadevergoeding van €2.914,77.