ECLI:NL:RBLIM:2021:6348
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten functie stelling wegens vermoeden ernstig plichtsverzuim vernietigd wegens gebrek aan concrete verdenking
Eiser, brigadier van politie, werd op 24 juni 2019 buiten functie gesteld wegens het vermoeden van ernstig plichtsverzuim, waaronder grensoverschrijdend gedrag en mogelijk onjuist gebruik van bevoegdheden. Dit volgde op een intern onderzoek naar meerdere medewerkers van het basisteam Horst/Peel en Maas.
Verweerder handhaafde de buiten functie stelling en legde een contact- en toegangsverbod op. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het bestreden besluit dat zijn bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank onderzocht of er ten tijde van het primaire besluit een concrete verdenking bestond die de buiten functie stelling rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldoende had gemotiveerd dat er een concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim bestond op het moment van het besluit. De aangevoerde WhatsApp-berichten en andere informatie waren niet tijdig en concreet genoeg onderbouwd. Hierdoor was het vertrouwen in eiser niet zodanig geschaad dat zijn werkzaamheden niet konden worden hervat.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De rechtbank zag geen aanleiding om de beroepsgronden over hoor en wederhoor en fair play verder te behandelen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot buiten functie stelling wegens onvoldoende concrete verdenking en herroept de primaire besluiten.