ECLI:NL:RBLIM:2021:6349
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loondoorbetaling tijdens ziekte aan brandweervrijwilliger vernietigd wegens onvoldoende toekomsttoetsing
De zaak betreft het beroep van de erfgename van een overleden brandweervrijwilliger tegen het besluit van Veiligheidsregio Limburg-Noord om loondoorbetaling tijdens ziekte af te wijzen. De brandweervrijwilliger was sinds 2007 in dienst en had vanaf 2018 zijn werkzaamheden moeten staken vanwege ziekte. Na eerdere afwijzingen verzocht hij opnieuw om loondoorbetaling, wat ook werd afgewezen met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn voor de periode voorafgaand aan het verzoek van 8 maart 2019. Echter heeft verweerder ten onrechte alleen naar het verleden gekeken en niet de aanspraak op loondoorbetaling voor de toekomst beoordeeld. De rechtbank wijst erop dat bij duuraanspraken een onderscheid moet worden gemaakt tussen verleden en toekomst.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarin ook de toekomsttoets wordt meegenomen, inclusief de door eiseres aangevoerde gronden over ongerechtvaardigd onderscheid tussen beroepsbrandweermannen en vrijwilligers. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
De redelijke termijn is niet overschreden gelet op bijzondere omstandigheden zoals de coronapandemie. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg op 10 augustus 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.