Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met 12 producties;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met 5 producties;
- de rolbeslissing van deze rechtbank van 27 mei 2020;
- de akte uitlaten verder procederen van de vrouw;
- de akte uitlaten verder procederen van de man;
- de conclusie van antwoord in reconventie met de producties 13 tot en met 23;
- de producties 24 tot en met 27 van de vrouw;
- de akte houdende vermeerdering van eis van de vrouw;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 3 maart 2021;
- de akte aanleveren bescheiden tevens houdende vermeerdering van eis van de vrouw van
- de akte uitlaten en vermeerdering van eis van 12 mei 2021 van de man;
- de akte van 23 juni 2021 van de vrouw.
2.De feiten
De kosten van degemeenschappelijke huishouding, daaronder begrepen de kosten van verzorging en opvoeding van de uit het huwelijk geboren kinderen, (…) worden voldaan uit de netto-inkomens der echtgenoten naar evenredigheid daarvan; voor zover deze inkomens ontoereikend zijn, worden deze kosten voldaan uit ieders netto-vermogen naar evenredigheid daarvan.
De vader zal met ingang van 1 januari 2019 aan de moeder een bijdrage leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] van € 88,00 per maand.
1 januari 2019.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
- € 217,00 over september 2019;
- € 100,00 vanaf 1 oktober 2019 tot de datum van verkoop van de woning.
€ 246,86(€ 938,72 min € 691,86) ter zake van kosten voor [naam dochter] aan de man dient te betalen.
€ 362,75 aan gemaakte kosten voor [minderjarige] . Zij heeft namelijk de schoolkosten voor [minderjarige] betaald van € 185,50. De man dient volgens haar daarin voor de helft ad
€ 92,75bij te dragen. Dit erkent de man. Daarnaast heeft de vrouw € 270,00 betaald voor contactlenzen voor [minderjarige] . Dat wordt door de man niet betwist en hij vraagt hiervoor alsnog een vergoeding van € 200,00 aan zijn verzekeraar. De man dient daarom de door zijn verzekeraar uitbetaalde vergoeding voor de contactlezen voor [minderjarige] (totaalkosten
€ 270,00) aan de vrouw te voldoen, te vermeerderen met de helft van het bedrag dat niet door zijn verzekering is vergoed.
€ 1.118,00van de belastingaanslag over 2018 zijnde te veel door haar betaalde belasting. De man betwist deze vordering niet. Die vordering wordt dus toegewezen.
€ 1.654,00wordt dan ook toegewezen.
€ 10.544,10 aan kosten. Een specificatie van dit bedrag staat op de excelllijst die de man heeft overgelegd als productie 5 bij de eis in reconventie.
€ 135,00 per maand vallen tot het einde van het huwelijk onder de kosten van de huishouding en komen dus tot dan voor rekening van de man omdat alleen hij toen inkomen had. Voor wat betreft de maanden juli en augustus van 2019 geldt dat het huwelijk toen was geëindigd en de vrouw in de helft van deze kosten moet bijdragen (artikel 3:172 BW Pro). De rechtbank wijst de vordering voor deze twee maanden voor een bedrag van
€ 270,00toe.
1 januari 2019 de VOF als eenmanszaak voortzet en de vrouw per die datum uitgetreden is (zie r.o. 2.7). Deze vordering wordt dan ook toegewezen zoals door hem is gevorderd, met dien verstande dat in plaats van de gevorderde termijn van vijf dagen een termijn van drie weken zal worden toegewezen. Voor de reden waarom verwijst de rechtbank naar r.o. 4.4. voorlaatste zin. De gevorderde dwangsommen worden beperkt zoals hierna is bepaald.
5.De beslissing
€ 5.000,00 en verbiedt de vrouw om dit account te verwijderen,