Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- wijst het verzoek tot verschoning toe;
- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de rechter en aan de partijen.
Rechtbank Limburg
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Limburg een verzoek tot verschoning ingediend op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechter had voor haar aanstelling als rechter in opleiding juridische werkzaamheden verricht voor Fair Play Center B.V., een vennootschap die behoort tot dezelfde groep als de eisers in de civiele procedure.
De eisers, Fair Play Online Gaming B.V. en Fair Play Online Gambling LTD., hadden verzocht om een andere rechter aan te wijzen om iedere schijn van partijdigheid te voorkomen. De rechter erkende dat ondanks het ontbreken van persoonlijke bekendheid met partijen en advocaten, de eerdere werkzaamheden discussie over haar onpartijdigheid zouden kunnen oproepen en stelde zich daarom beschikbaar voor verschoning.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er een zwaarwegende aanwijzing is voor mogelijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Gezien de omstandigheden achtte de kamer het verzoek terecht en wees het toe om de schijn van partijdigheid te vermijden.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2021. De kamer beval tevens onverwijlde mededeling van de beslissing aan de rechter en partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen om de schijn van partijdigheid te voorkomen.